Column – Zijn wat je geworden bent

Vroeg of laat maak je het een keer mee. Je werkt een lange tijd ergens naar toe en je slaagt. De voldoening die je dan krijgt. De dagen die volgen worden dan allemaal ondergedompeld in het water van succes. Er ontstaat een relaxte vibe die jou er constant aan herinnert wat je geflikt hebt. Want ja, je bent iets geworden …

Al vanaf je jongste levensjaar, althans eigenlijk pas vanaf een jaar of vier, want dan begin je pas het verschil te zien tussen je speen en je eigen vinger, ben je al bezig met wat je uiteindelijk wilt worden.
“Wat wil jij worden, als je later groot bent?” Dit is by far de populairste vraag die je te horen krijgt in je kinderjaren.

Constant moet je kiezen. Je moet kiezen voor je middelbare school, je moet kiezen voor je studierichting, je vervolgopleiding, je werk, je tweede baan en zo kan ik nog wel even door gaan.
Nou is hier niks mis mee. Het geeft je ergens wel een soort wandelrichting die je nodig hebt om door te gaan. Om te blijven bewegen. Dat deze keuzes gedwongen zijn en dat je binnen al die zogenaamde oneindige mogelijkheden maar bar weinig mag kiezen, laat ik even in het midden.

Waar ik naar toe wil met dit verhaal is dat veel mensen alleen maar ‘aan het worden’ zijn. Je bent eigenlijk het overgrote deel van jouw leven niet aan het zijn, maar je bent iets aan het worden. Met een blik constant gericht op dat moment in de toekomst. Wanneer je jezelf eindelijk kan feliciteren met het feit dat je iets gehaald hebt, en dus iets bent geworden, ben je al weer bezig met het volgende wat je wilt worden.
Vroeger, en dat werd je van kleins af aan al aangeleerd, was je weken voordat je jarig was al bezig met het ouder worden. Dat ging van:

“Yes! Ik ben weer een jaartje ouder geworden”,
tot
“Pff, ik word alweer een jaartje ouder.”

Ik vind het altijd apart wanneer je aan een ouder iemand vraag wat (of wie) hij is, diegene zal refereren naar zijn werk. Nooit naar een hobby, of een goede eigenschap.
Begrijp me niet verkeerd, het is uiteraard goed om ergens naar toe te werken, of om iets te worden. En ik zeg niet dat je constant in het ‘nu’ moet staan en niet naar morgen mag kijken – natuurlijk wel. Ik zeg alleen dat je je hier bewust van moet zijn. Je kan pas iets worden als je al iets bent, en omdat je al iets bent hoef je dus ook niet iets te worden.
Zonder ‘zijn’ komt er geen ‘worden’, en zonder ‘worden’ is er geen ‘zijn’.